In een praktijk als de onze komen werkelijk waar alle leeftijden voorbij. Mensen van ver in de negentig en kinderen zo jong als acht voor een wrattenbehandeling. De meeste lol halen we toch wel uit de oudere klanten met hun gehoorapparaten. Zo ook het geval bij meneer B. die tietenietus heeft.
Wanneer de pedicure meneer B. naar binnen wil roepen, blijft het stil in de wachtkamer. Toch zijn bijna alle stoelen bezet op deze drukke dag. “Meneer B.?” hoor ik de pedicure vragen. Gelukkig komt meneer al wat langer en herkent de pedicure meneer wel. Meneer reageert alleen niet wanneer de pedicure roept. Ze tikt hem zacht op de schouder aan en meneer schrikt op. “Oh, u riep mij? Sorry hoor. Ja, ik heb mijn oorapparaten niet in, haha!”
De pedicures in andere kamers zie ik ook opkijken. Meneer sprak in zo’n luid volume dat heel de praktijk weet dat hij zijn oorapparaten niet in heeft. Dat belooft wat voor de behandeling zometeen.
Zodra meneer geïnstalleerd is in de stoel en de voeten ontsmet worden, vraagt de pedicure hoe het met hem gaat. “Nou,” begint hij weer luidkeels en start daarna een verhaal waarin hij al zijn medische afspraken van de afgelopen tijd begint uit te leggen. Vanaf mijn bureau zie ik de deuren van de andere behandelkamers één voor één verder of helemaal dicht gaan. De andere cliënten hoeven natuurlijk niet te weten hoe het met de gezondheid van meneer B. gesteld is.
Vanuit mijn hoekje hoor ik wel wat meneer B. allemaal te vertellen heeft. Zo is hij van het kastje naar de muur gestuurd voor o.a. podotherapie en diabetische verzorging in het ziekenhuis. Meneer praat rustig door op luide toon terwijl de pedicure aan de behandeling begint. Even later vertelt hij verder over het feit dat hij zijn oorapparaten is vergeten vanochtend, en dat hij ze moet dragen voor zijn tietenietus. “Na jarenlange gehoorproblemen en tietenietus kunnen die oorapparaten er ook wel bij,” zegt hij met een zucht.
Meneer herhaalt het woord tietenietus denk ik minimaal 5 keer in de span van 3 zinnen en ik moet me ondertussen inhouden om niet heel hard in lachen uit te barsten. Ook de pedicure kijkt me door de glazen deur aan. Ik zie aan haar ogen boven het mondkapje dat ook zij haar best doet om professioneel te blijven. “Dat klinkt niet best” zegt ze tegen meneer.
“Ik klink niet en ik hoor niet meer, nee.” Meneer knikt stellig mee en weer doen we een poging niet te hard te lachen om hoe meneer reageert. Het blijft daarna even stil in de behandelkamer en kan de pedicure de behandeling van meneer B. in alle rust afronden.
Zodra ze samen bij de kassa staan, begint de grootste uitdaging: ze wil met meneer een vervolgafspraak bespreken. Met handen en voeten en wijzen naar het computerscherm probeert ze meneer duidelijk te maken wanneer de volgende afspraak is. “Het is ongetwijfeld een mooie optie,” zegt meneer B. “Ik weet niet wat je aanwijst, want ik ben mijn leesbril vergeten.” Dit keer moet ik wel écht hardop lachen. Die vergeetachtigheid is vaak onhandig, maar ergens vind ik dit ook heerlijk.
Meneer B. schuifelt terug naar de wachtkamer en begint daar weer luidkeels aan een relaas tegen de andere wachtenden. Hij moet nog even op zijn busje wachten, hoor ik hem zeggen. “Ja, ik praat wat luid. Ik heb tietenietus en ben mijn oorapparaten vergeten”
De pedicure zegt nog tegen mij dat ze 8 weken heeft afgesproken met meneer en dat hij gaat bellen wanneer de afspraak toch niet uitkomt. Ik hoop maar dat hij zijn oorapparaten dan wel gewoon in heeft.
